maandag 2 november 2009
Indien twee mensen met elkaar gehuwd zijn en er zijn geen huwelijkse voorwaarden opgesteld dan bestaat er tussen hen van rechtswege een gemeenschap van goederen.
Dat betekent dat nagenoeg alle goederen van beide partijen samen zijn, ieder voor de onverdeelde helft. Dat geldt ook voor die zaken die behoren tot het ondernemingsvermogen van één van de twee. De niet-ondernemende echtgeno(o)t(e) is zelf weliswaar geen ondernemer, maar heeft wel recht op de helft van dit ondernemingsvermogen. Toch wordt dit ondernemingsvermogen voor fiscale doeleinden volledig toegerekend aan de betreffende ondernemer. Dit heeft tot gevolg dat we op grond van de rangorderegeling niet toekomen aan de tbs-regeling die anders van toepassing had kunnen zijn, indien de ene echtgenoot vermogen aan de ander ter beschikking had gesteld ten behoeve van diens onderneming. In de meeste gevallen is dat een voordelig en dus gewenst resultaat.
Om dit resultaat te bereiken kan het dus aanbeveling verdienen om het huwelijksgoederenregime van de ondernemer (of in geval van een geregistreerd partnerschap de partnerschapsvoorwaarden) dusdanig aan te passen dat ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen in een gehele of gedeeltelijke vorm van gemeenschap gaan vallen. Dit heeft natuurlijk ook nog andere gevolgen, zoals in geval van echtscheiding of faillissement. Verder dient u rekening te houden met mogelijke fiscale gevolgen als de tussen de echtgenoten bestaande tbs-situatie al enige tijd heeft geduurd en er al een fiscale claim is opgebouwd. Bedenk verder dat u niet in alle gevallen het gewenste resultaat zult kunnen bereiken. Want als vermogen verkregen is door vererving of schenking zal in de meeste gevallen door de erflater of schenkende partij zijn bepaald dat het verkregene niet in een (huwelijksgoederen)gemeenschap zal vallen. In dat geval is het niet mogelijk
dit resultaat alsnog te bereiken maar kan wel gedacht worden aan het aangaan van een vennootschap onder firma tussen de echtgenoten (moet wel een reële m/v-vof zijn). In fiscaal opzicht levert dat ook het gewenste gevolg.