maandag 20 september 2010
Het kabinet heeft in een besluit een aantal maatregelen genomen om de woningmarkt een impuls te geven. Het gaat hierbij onder meer om een verlaging van het btw-tarief op loonkosten (en dus niet op materialen). Dit verlaagde btw-tarief is niet alleen van toepassing op het herstel en de renovatie van woningen. Ook het vernieuwen, vergroten, herstellen, vervangen en onderhouden van (delen van) de woning vallen onder het lage tarief.
De minister van Financiën heeft goedgekeurd dat het verlaagde btw-tarief met ingang van 1 oktober 2010 van toepassing is op renovatie en herstel van woningen. Voorwaarde daarbij is wel dat de woning minimaal twee jaar oud moet zijn (na de eerste ingebruikneming van die woning).
Ondernemers
Verlaging van het btw-tarief is interessant voor particulieren. Voor hen vormt de BTW immers een kostenpost. Minder BTW betekent gewoon een lagere rekening. Voor ondernemers ligt dat anders. Zij kunnen de BTW ‘kwijt’. Op hun (drie-)maandelijkse aangifte omzetbelasting vormt de aan hen in rekening gebrachte BTW een aftrekpost. Is door hen meer betaald dan in rekening gebracht, dan krijgen ze dit bedrag gewoon terug. Niet interessant voor ondernemers dus die verlaagde BTW. Of toch wel?
Alle ondernemers?
Voor sommige ondernemers is de BTW-verlaging wel interessant. Het gaat daarbij om ondernemers die (helemaal of voor een gedeelte) vrijgestelde prestaties verrichten. Zij factureren zonder BTW en krijgen die ook niet terug. Voor hen vormt de BTW wel een kostenpost, op dezelfde wijze als dat voor particulieren het geval is. Denk aan medici, landbouwers en de makelaar of hypotheekadviseur. Voor hen kan de nieuwe en tijdelijke stimuleringsmaatregel een belangrijk voordeel betekenen.
Woning
De regeling is alleen maar van toepassing op woningen. Maar wanneer is een gebouw nu een woning? Hiervoor wordt volgens het besluit aangesloten ‘bij het begrip woning van de posten b8 en b19, van Tabel I behorende bij de Wet OB 1968, zoals dit begrip is toegelicht in het besluit van 10 juni 2010, nr. DGB 2010/2147M, Stcr. 2010, 8434’. Daar aangekomen zien we dat woningen onroerende zaken zijn, die bestemd zijn voor permanente bewoning door particulieren. Staat een woning tijdelijk leeg dan blijft het gewoon een woning.
Er wordt geen verschil gemaakt tussen koop- en huurwoningen. Bij bejaarden-, verpleeg- of verzorgingsinstellingen mogen de ruimten die ter beschikking staan van de bewoners aangemerkt als woning. Een ‘tweede’ woning wordt aangemerkt als permanente bewoning daarvan is toegestaan. Garages, schuren, serres, aan- en uitbouwen, tuinhekken en dergelijke vallen ook onder het begrip woning als zij zich bevinden op hetzelfde perceel als de woning. Garages die tot hetzelfde gebouwencomplex behoren als woningen (zoals parkeergarages onder door particulieren bewoonde flats in een flatgebouw) worden ook tot de woning gerekend.
Geen woning
Niet als woning worden aangemerkt bedrijfsgebouwen en –ruimtes, afzonderlijke garageboxen, vakantiewoningen die niet permanent bewoond mogen worden, hotels en pensions, woonboten/woonwagens, asielzoekerscentra, ziekenhuizen en internaten.
Gemengd gebruik
Belangrijk voor veel ondernemers is de toezegging dat panden, die deels als woning en deels als bedrijfspand worden gebruikt – denk aan woon/winkelpanden, woon/praktijkpanden en boerderijen, in hun geheel als woning mogen worden aangemerkt. Daarbij geldt de voorwaarde dat die panden voor meer dan 50 procent voor particuliere bewoning worden gebruikt. Bij een percentage van 50 procent of minder mag het deel dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt voor de toepassing van het tarief worden afgesplitst.