Veel ondernemers ontvangen een sociale zekerheidsuitkering. Wie onderneemt en daarnaast een uitkering ontvangt, kan ermee te maken krijgen dat bij uitvoeringsinstanties als het UWV, SVB en gemeenten men niet goed raad weet met u als ondernemer. Vaak is onduidelijk wat precies als inkomen aangemerkt moet worden. Ook het wel of niet toepassen van de zelfstandigenaftrek kan leiden tot problemen.
1. Winst uit onderneming
Voor sociale zekerheidsregelingen moet men uitgaan uit van het volgende winstbegrip: belastbare winst uit onderneming vermeerderd met de ondernemersaftrek en de MKB-vrijstelling.
Voor alle SV-wetten is dit begrip hetzelfde geworden en uitvoeringsinstanties hebben géén eigen beleidsruimte om hiervan af te wijken. Zo moet een toevoeging aan de oudedagsreserve altijd buiten het inkomen gehouden worden en mag men winst behaald met een staking van de onderneming niet tot het inkomen rekenen.
Verliesverrekening daarentegen heeft geen enkele invloed op het winstbegrip. Over wat nu onder inkomen verstaan moet worden, wordt overigens nog regelmatig geprocedeerd bij UWV en SVB.
Bij wet is wel verschillend geregeld hoe met de winst omgegaan moet worden. Uit een recente uitspraak van de Centrale Raad van beroep bleek opnieuw dat voor de Toeslagenwet een verlies uit onderneming op nihil gesteld moet worden en niet gesaldeerd mag worden met een positief inkomen buiten bedrijf. In regelingen als de AOW en de Anw geldt een vrij te laten bedrag. In arbeidsongeschiktheidswetten (WIA, WAO, Waz en Wajong) wordt de winst jaarlijks beoordeeld en vergeleken met het inkomen dat de arbeidsongeschikte ondernemer verdiende voor hij arbeidsongeschikt werd. Voor ondernemers die een WW-uitkering ontvangen, wordt een gedeelte van hun winst uit onderneming, indien zij met toestemming van het UWV gestart zijn, vrijgelaten en de rest op hun WW-uitkering gekort.
Daarnaast kunnen ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die een laag inkomen uit bedrijf ontvangen, een aanvulling van het UWV ontvangen die wel op kan lopen tot 10.000 euro. Ook hiervoor is weer van belang wat de hoogte van de winst uit onderneming is.
2. Zelfstandigenaftrek
Een ondernemer die meer dan 1.225 uur per jaar werkzaam is in zijn onderneming, kan hiervoor in zijn aangifte Inkomstenbelasting een aftrek claimen. Dit is fiscaal gunstig. U moet zich wel realiseren dat u met deze aftrek ‘verklaart’ dat u dus minimaal 25 uur per week werkzaam bent in de onderneming. In arbeidsongeschiktheidswetten en vooral bij de WW is het aantal uren dat u werkzaam bent als ondernemer van invloed op de uitkering. Onlangs heeft de Centrale Raad van Beroep in een zaak van een startende ondernemer weer bepaald dat alle uren besteed aan de onderneming meetellen voor het urenverlies in het kader van de WW. Stemmen de uren die u hebt doorgegeven aan het UWV overeen met de uren die u aangeeft in uw aangifte? Het UWV heeft al een aantal jaren als speerpunt van controle deze zelfstandigenaftrek bij uitkeringsgerechtigden die ondernemer zijn. Komen de uren niet overeen, dan start het UWV een onderzoek en dat kan leiden tot een terugvordering of beëindiging van de uitkering en een boete.
Overleg met uw adviseur
Een ondernemer die een sociale zekerheidsuitkering ontvangt, zal daarom altijd een goed overleg met zijn accountant/cliëntadviseur moeten hebben over de samenloop hiervan. Een jaarlijkse beoordeling van de winst en de invloed hiervan op de uitkering kan problemen voorkomen en u wellicht zelfs geld opleveren. Mocht het UWV of de SVB een beschikking afgeven waar u het niet eens bent, laat dan onderzoeken of de beschikking juist is. Zoals gezegd is bij deze instanties veel onbekendheid met de specifieke situaties van ondernemers en het kan maar zo zijn dat ook in uw situatie dit onjuist beoordeeld is.