Akkerbouwbedrijven in Flevoland hebben oogstjaar 2009 goed afgesloten. De GIBO Groep heeft de resultaten van 45 akkerbouwbedrijven geanalyseerd. De gemiddelde cijfers: de bedrijfsomvang beslaat 54 hectare, de bruto opbrengst bedraagt 4.623 euro per hectare en het gemiddelde saldo is 3.224 euro per hectare. De opbrengsten bij kopgroepbedrijven zijn 1.960 euro per hectare hoger dan bij de staartgroepbedrijven; op bedrijfsniveau een verschil van 106.000 euro.
Tot de kopgroepbedrijven behoren de 25 procent bedrijven met het hoogste saldo ten opzichte van de norm. De staartgroep wordt gevormd door de 25 procent met het laagste saldo ten opzichte van de norm.
De oorzaak van de financiële verschillen tussen deze twee groepen moet worden gezocht buiten de kilogramopbrengsten. Dit verschil is gering. Voor consumptieaardappelen is het verschil in opbrengsten per hectare tussen de kop- en staartgroep 4.000 kg per hectare in het voordeel van de kopgroep. Voor zaaiuien is dit maar 2.000 kg per hectare en ook bij de wintertarwe is er een gering verschil van 300 kg per hectare. Ook zijn er geen grote verschillen in gemiddelde toegerekende kosten. Deze bedragen gemiddeld 1.443 euro per hectare. Ze vallen voor de kopgroep een kleine 300 euro hoger uit dan voor de staartgroep. Bepalend voor het hogere saldo is de opbrengstprijs van de geteelde producten. De bedrijven met de hoogste toegerekende kosten behalen veelal ook het hoogste saldo.
Verschil in bewerkingskosten
Het grote voordeel in de schaalvergroting wordt voornamelijk gehaald in de bewerkingskosten. De netto bewerkingskosten bedragen gemiddeld 1.160 euro per hectare. Bij de kopgroep zijn de bewerkingskosten 114 euro per hectare lager dan bij de staartgroep. De kopgroepbedrijven in Flevoland slagen erin de kostprijs per hectare te verlagen door het grotere areaal efficiënter te bewerken. De overige vaste kosten, zoals de kosten van onroerend goed en algemene kosten, zijn voor de kop en staartgroep nagenoeg gelijk: 1.572 euro per hectare voor de kopgroep en 1.523 euro per hectare voor de staartgroep.
Tekort 2009
De gemiddelde financiering per bedrijf van deze 45 geanalyseerde bedrijven in Flevoland is 850.000 euro. Dit betekend dat er een financiering per hectare is van 15.700 euro. Met de huidige aflossingsverplichting van ruim 500 euro per hectare wordt deze financieringslast in ruim 31 jaar afgelost. Gemiddeld is er over 2009 sprake van een negatieve marge van minus 50 euro per hectare. Bij een gemiddeld akkerbouwbedrijf van 54 hectare is dat een tekort van 2.700 euro per bedrijf. Hiermee wordt het oogstjaar 2009 voor Flevoland afgesloten met een kleine min.
Van vermoedens naar concrete cijfers
Sinds 2010 kunnen akkerbouwers bij de GIBO Groep deelnemen aan de Akkerbouw Analyse. Met deze analyse krijgen akkerbouwer in een specifiek gebied meer financieel inzicht in hun bedrijfsprestaties in relatie tot de norm voor hun eigen gebied.
Met de eerste uitkomsten worden enkele vermoedens met concrete cijfers onderbouwd. Niet de toegerekende kosten zijn bepalend voor het saldo, maar de verkoopprijs. Akkerbouwers zijn voor de prijsvorming van gewassen als zaaiuien en aardappelen afhankelijk van de vrije markt. Vooral het moment en de wijze (contract, pool of vrije markt) van verkopen zijn bepalend voor de hoogte van het saldo. Als een akkerbouwer kiest voor een bouwplan met meer gewassen voor de vrije markt (zoals winterwortels, sjalotten), wordt het bedrijfsresultaat afhankelijker van de markt, het moment van verkoop en het ondernemerschap van de akkerbouwer zelf.
Analyse Akkerbouw
Akkerbouwers kunnen met de Analyse Akkerbouw een gerichte bedrijfsvergelijking laten opstellen, gekoppeld aan (teelt-)advies op maat. Het inzichtelijk maken van deze cijfers is niet eenvoudig, aangezien bij akkerbouwbedrijven sprake is van een groot aantal variabelen, die van grote invloed zijn op het bedrijfsresultaat. Voor de Analyse Akkerbouw werkt GIBO Groep samen met DLV Plant en andere partijen. Elk jaar stellen zij de praktijknormen vast per gewas en per specifiek gebied.
Met de Analyse Akkerbouw komen de cijfers waar het om gaat boven water. Zo wordt het voor de akkerbouwer duidelijk waar verbeteringen mogelijk zijn en wat die opleveren. De analyse is snel beschikbaar waardoor akkerbouwers ieder jaar over actuele cijfers kunnen beschikken.