Melkveehouders in Nederland hebben in de eerste helft van 2011 ruim 32.000 euro meer beschikbaar voor privé, aflossing en reservering dan in het eerste halfjaar van 2010. De resultaatverbetering is met name het gevolg van hogere ontvangsten voor melk. De gecorrigeerde geldstroom komt uit op 21,9 cent per kg: 5,2 cent hoger (20.500 per bedrijf) dan het eerste halfjaar van 2010. Dit is 1 cent lager dan in het eerst halfjaar van recordjaar 2008. De voerkosten zijn met ruim 35 procent gestegen.
Inkomsten
De voorschotprijs voor melk steeg met 6,5 cent per kilogram en de nabetaling melkgeld was 1,8 cent hoger. Door meer veeverkopen, minder veeaankopen en een hogere prijs voor het verkochte vee, is de opbrengst uit verkopen vee minus aankopen vee met 0,6 cent per kg melk gestegen. Per kg melk stegen de totale directe ontvangsten met 8,9 cent. De bedrijven in de benchmark hebben in het eerste halfjaar 403.000 kg melk afgeleverd aan de fabriek: een stijging is van 1,7%. Deze productiestijging is lager dan in de voorgaande jaren. De gehalten vet en eiwit in de melk waren nagenoeg gelijk aan het eerste halfjaar van 2010.
Uitgaven
De totale directe uitgaven zijn met 2,9 cent gestegen. De voerkosten stegen met 2,15 cent per kg. Dit is een toename van maar liefst 35,7 procent. Deze stijging is veroorzaakt door gestegen prijzen voor krachtvoer, bijproducten en ruwvoer en een toename van de aangekochte hoeveelheid ruwvoer. Ook de gewaskosten stegen met ruim 32 procent door hogere kunstmest- en zaaizaadprijzen. De dierkosten stegen met 0,2 cent per kg, een lichte toename van 6 procent. De kosten van mestafzet daalden met 20 procent dankzij de combinatie van lagere afzetprijzen en minder mestafzet. Het saldo melkveehouderij steeg met 6,7 cent. Bij de indirecte uitgaven is de post loonwerk de sterkste stijger met 29 procent. Die stijging is veroorzaakt door hogere tarieven en meer loonwerk. De uitgaven voor mechanisatie stegen met 15 procent (vooral door hogere dieselprijzen). De uitgaven voor onroerende zaken namen met 16 procent toe. Totaal stegen de indirecte uitgaven met 1,1 cent een stijging van 13 procent.
Bruto overschot en toeslagrechten
In het eerste halfjaar van 2011 is het bedrag aan toeslagrechten 3,4 cent hoger dan in dezelfde periode in 2010. Het bruto overschot steeg met 8,6 cent naar 25,3 cent per kg melk. Op bedrijfsniveau steeg het bruto overschot met ruim 35.000 euro, maar deze stijging is vertekend doordat de toeslagrechten over 2010 na 1 januari 2011 zijn uitbetaald. De geldstroom zou – bij eenzelfde uitbetaaltijdstip – uitkomen op 21,9 cent per kg: 5,2 cent hoger dan het eerste halfjaar van 2010. Deze gecorrigeerde geldstroom is 1 cent lager dan in het eerst halfjaar van 2008, tot nu toe het beste jaar voor de melkveehouderij.
Beschikbaar voor privé, aflossing en reservering
De uitgaven voor huur melkquotum stegen met ruim 0,4 cent (+81%) en ook de uitgaven voor pacht namen toe met 0,3 cent (+41%). De uitgaven voor betaalde arbeid stegen met ruim 2%, de uitgaven voor rente daalden met 1,5%. Het bedrag dat overbleef voor privé-uitgaven, aflossing en reservering steeg uiteindelijk van 11,1 naar 19,1 cent per kg melk. Op bedrijfsniveau was er 76.800 beschikbaar, een stijging van 32.700 euro.
Spreiding groot
De halfjaarcijfers 2011 zijn tot stand gekomen na analyse van de perioderesultaten van 200 melkveebedrijven. De spreiding in de resultaten is groot. Het verschil tussen de 25 procent bedrijven met hoogste bruto overschot en de 25 procent bedrijven laagste is 7 cent per kg melk. Na aflossing en rente loopt dat verschil op tot 11 cent per kg melk. In het eerste halfjaar zijn de totale uitgaven 4,6 cent gestegen. De opbrengsten uit veeverkopen stegen met 0,6 cent. Indien we dit kostenniveau over heel 2011 doorberekenen stijgt de kritieke melkprijs met 3 tot 4 cent per kg melk.
Resultaten Melkveehouderij eerste helft 2011 in tabel
Toekomst
Na het topjaar 2008, het diepe dal van 2009 en het herstel in 2010 koerst de melkveehouderij in 2011 weer af op een goed jaar. Dat is merkbaar aan het aantal melkveehouders met plannen. En de plannen worden extra gestimuleerd door het einde van de melkquotering vanaf 2015. Het is momenteel onduidelijk hoe strak de regelgeving voor melkveehouders op dat moment zal zijn en het is dus onduidelijk of uitbreiding dan eenvoudig realiseerbaar is. Veel melkveehouders willen een geplande uitbreiding daarom realiseren vóór 2015, volgens de huidige wet- en regelgeving. Het is nu het goede moment om structureel na te denken over het bedrijf, inclusief thema’s als mest, duurzaamheid en energie zodat ondernemers in 2015 een goede uitgangspositie hebben. De GIBO Groep organiseert vanaf najaar 2011 diverse activiteiten om ondernemers te ondersteunen bij hun planvorming.
Normatief voor agrarische sector
Sinds 1 januari is Flynth onderdeel geworden van de GIBO Groep. De combinatie GIBO Groep & Flynth is de grootste nationale aanbieder van accountants- en adviesdiensten voor de agrarische sector en het Midden- en Kleinbedrijf, met circa 35.000 klanten, 2.300 medewerkers, 80 vestigingen en 180 miljoen omzet. Op termijn zal de organisatie de naam Flynth aannemen. De coöperatieve structuur – het ontbreken van aandeelhouders – is gewaarborgd.